De handpan als instrument voor zelfreflectie
Wat muziekles ons leert over onszelf
Onlangs had ik een les met een leerling welke me bij blijft. Ze kwam inmiddels voor de negende keer op les. Ze deed haar oefeningen altijd netjes en gedisciplineerd. De oefeningen letterlijk volgens het boekje. Tijdens de laatste lessen viel me iets op: ze speelde zonder het echt te voelen. Ze voerde de oefening uit, maar maakte het niet van zichzelf.
In eerdere lessen hadden we het daar al eens over gehad. Over spelen met gevoel. Over een oefening zien als een kader — niet als een kooi. Over durven afwijken, improviseren, ruimte nemen. Over muziek laten ontstaan in plaats van uitvoeren.
Ik had haar gevraagd om een eerdere oefening opnieuw te bekijken. Niet technisch, maar met gevoel. Met nieuwsgierigheid. Wat gebeurt er als je even buiten de lijntjes kleurt?
Toen ze deze les weer binnenkwam, bleek dat ze daar niet aan toe was gekomen. Ze had opnieuw vooral ‘netjes geoefend’. In gesprek kwam naar voren waarom: ze had simpelweg geen ruimte gevonden. Haar leven had de afgelopen maanden een andere wending genomen. Drukte, verantwoordelijkheden, andere prioriteiten. Er was weinig mentale en emotionele ruimte over.
En toch bleef ze komen.
Ik vroeg haar waarom.
Haar antwoord was eerlijk en herkenbaar:
Ik heb ja gezegd. Dus dan moet ik het ook afmaken. Ik heb A gezegd, dus moet ik ook B zeggen.
Dat is een gedachte die veel van ons kennen. Misschien zelfs hebben meegekregen in onze opvoeding. Doorzetten. Niet opgeven. Afmaken wat je begint. Verantwoordelijkheid nemen.
Op zichzelf zijn dat waardevolle eigenschappen.
Maar ze kunnen ook tegen je gaan werken.
Ik vroeg haar:
“Waarom moet je jezelf pushen als je voelt dat dit nu niet het juiste moment is? Voor wie doe je dat eigenlijk?”
We kwamen tot de conclusie dat ze zichzelf daarmee vooral teleurstelde. Ze haalde niet uit de lessen wat ze hoopte toen ze begon. Niet uit de handpan. Niet uit het proces. Niet uit zichzelf. En dat frustreerde haar.
Terwijl het verlangen er wél was. Ze wilde vanuit gevoel spelen. Ze wilde het instrument integreren in haar werk. Ze wilde er iets echts mee doen.
Alleen: nu was daar simpelweg geen ruimte voor.
En dat is geen falen.
Dat is eerlijkheid.
De enige aan wie je verantwoording hoeft af te leggen, ben je uiteindelijk zelf.
Niet aan een docent.
Niet aan een agenda.
Niet aan een besluit dat je maanden geleden nam.
Tijdens dat gesprek merkte ik weer iets wat ik vaker zie bij handpanlessen: op een bepaald moment gaat het niet meer over een instrument leren spelen. Het gaat verder dan de patronen en techniek uit het boek. Het gaat over het leven en welke patronen daarin naar voren komen.
Over keuzes.
Over grenzen.
Over timing.
Over luisteren naar jezelf.
De handpan wordt dan geen muziekinstrument meer in de klassieke zin. Het wordt een spiegel. Een instrument om in contact te komen met wat er speelt. Met wat wringt. Met wat aandacht vraagt.
Soms voelt het bijna alsof ik niet alleen docent ben, maar ook een soort coach. Niet omdat ik dat zo graag wil, maar omdat het instrument dat gesprek vanzelf opent. Muziek raakt iets. Haalt iets naar boven. Legt patronen bloot.
En dat vind ik misschien wel het mooiste aan lesgeven.
Dat een les niet alleen gaat over beter leren spelen.
Maar over beter leren luisteren.
Naar klank.
Maar vooral naar jezelf.
Soms betekent groeien dat je doorgaat.
En soms betekent groeien dat je even stopt.
Beide vragen moed.
